Hetty Mous

Hetty-MHetty Mous (72) is sinds 1999 vrijwilliger bij VTZ.
Een hartelijke en kordate vrouw, die een groot deel haar leven al vrijwilligerswerk doet. ‘Ik heb het nodig, anders zou ik het niet doen. Ik wil er voor anderen zijn.’

Toen ze 31 was, verloor ze haar man. Ze had 3 kinderen, de oudste was 9, en ze woonde in Roosendaal. ‘Ik dacht altijd: als zoiets je overkomt, dan moet je daar iets mee doen. Die ervaring is belangrijk. Toen ben ik eerst gaan helpen op school. Dat helpen werd al snel pastoraal werk in de buurt.’
Maar ze is hier niet mee doorgegaan. Ze verhuisde terug naar Rotterdam en ging in Lombardijen wonen. ‘Daar ben ik in de wijk gaan werken. Ik ging bijvoorbeeld mee met mensen van een bejaardentehuis die naar het ziekenhuis moesten. Ik heb zelfs nog meegedaan in een rolstoeldansgroep die daar werd opgericht. Dat is niet zomaar een beetje lopen hoor, dat is echt dansen. De Engelse wals en zo. Hartstikke leuk.’

Thuis sterven
Nog een belangrijke gebeurtenis in haar leven was de ziekte en het overlijden van haar oudste zus. ‘Wobbie was een beetje mijn moeder. Ik was de nummer 10 van 16 kinderen en zij zorgde er altijd voor dat ik netjes naar school ging. Ze was pas 62 toen ze ongeneeslijk ziek werd.
En ze wilde per se niet sterven in een ziekenhuis. Omdat ze altijd samen met haar man op de kleinkinderen paste en wilde dat hij dat bleef doen, zorgde ik twee keer per week voor haar. Zodat ze thuis kon sterven. Toen heb ik ontdekt hoe belangrijk dat is, sterven in je eigen vertrouwde omgeving. Hier wilde ik meer mee doen.’

Zorgen op de mat
We schrijven 1999. VTZ was net gestart met een vrijwilligersgroep in Charlois en Hetty sloot zich aan. Eerst kreeg ze een beginnerscursus. ‘Daar leer je onder andere wat je met je eigen zorgen doet. Als je bij iemand komt, veeg je letterlijk je voeten op de mat. Zo laat je je zorgen buiten. Wanneer je weer weggaat doe je dat andersom. Het helpt echt.’

De tijd hebben
‘Wat wij bieden, is tijd. Die heeft de Thuiszorg niet. De partner kan even weg, of een nacht lekker doorslapen. Ons motto is niet voor niets “er zijn”. Zo simpel is het. Dat we de tijd hebben, stelt mensen gerust. Want ze vertellen niet meteen hoe ze zich voelen. Daar is tijd voor nodig. Bij een zieke is het vaak een komen en gaan van mensen aan het bed. Een VTZ-vrijwilliger komt wat langer. Je brengt ook rust.’

Een voorrecht
Het is betrokken zijn, maar toch afstand bewaren. ‘Dat is voor jezelf, anders hou je het niet vol. Intensieve inzet duurt daarom niet langer dan een half jaar. Familie-leden willen je soms ook iets geven als iemand is overleden, maar dat nemen we niet aan. Wat telt, is de herinnering en die zit in ons hoofd. Ik vind wat ik doe een voorrecht: ik kom maar even in iemands leven, maar ik leer hem of haar toch een beetje kennen.’

Terug naar vrijwilligers vertellen