Gerard Pepermans

Gerard-P-200x200Gerard Pepermans (86) is een van de oprichters van VTZ in Rotterdam-Noord in 1995. Hij is al zijn hele leven vrijwilliger en de laatste zeventien jaar ook bij VTZ. ‘Van sommige cliënten hou je alleen maar de hand vast, maar zelfs dan kun je communiceren.’

Gerard had een bijnaam waar hij zelf hard om moet lachen: ‘Ja, ze noemden me de Terminator. Dat komt omdat op een gegeven moment een aantal mensen overleed toen ik er net één keer was geweest. Dat is vijf of zes keer achter elkaar gebeurd. De mensen die we bezoeken zijn vaak heel ziek, dus het was puur toeval natuurlijk. Maar toch.’ De nuchterheid van deze constatering is typisch Gerard.

Klankbord nodig
De maandelijkse contactmiddagen met de andere vrijwilligers vindt hij heel prettig. ‘Je wisselt ervaringen uit, vertelt elkaar wat je meemaakt. Als je met drie vrijwilligers op één adres komt, is dat vaak heel boeiend. Je maakt toch verschillende dingen mee, pakt zaken anders aan. Als je hoort hoe iemand iets heeft opgelost, dan kan dat heel handig zijn voor jou voor een volgende keer. Gelukkig kan ik wat ik meemaak in dit werk heel goed scheiden van mijn eigen leven. Dat moet wel, anders hou je het geen zeventien jaar vol. Hier heb ik al heel wat vrijwilligers over zien struikelen. Sommigen hebben geen klankbord, kunnen hun ei niet even kwijt als ze thuiskomen. En dat is wel belangrijk. Als mij iets hoog zit, dan wil ik er graag over kunnen praten. Gelukkig heb ik een hele lieve vrouw die heel goed kan luisteren.’

Begrijpend mens
Behalve praten heeft hij nog een ander middel om wat te doen met zijn emoties: hij schrijft ze van zich af. Prachtige gedichten over wat hij meemaakt. Hij leest voor: ‘Soms worden we het wel eens zat, dat gezeur van oude mensen. Maar het is te hopen en te wensen dat, als we zelf oud zijn, ze er ook nog zijn, “begrijpende mensen”.’

Een ‘begrijpend mens’, zo voelt hij zich. ‘Dat is ook wel nodig. Je komt in allerlei situaties, soms heel extreem of heel emotioneel.’ Dan kan het gebeuren dat hij om vervanging vraagt. ‘Er was eens een cliënt waar ik helemaal geen contact mee kon krijgen. Toen heb ik gevraagd iemand anders te sturen. Ik vind dat ik ook zelf mag beslissen bij wie ik wel of niet blijf.’

Engelengeduld
Gelukkig is het lang niet altijd kommer en kwel. ‘Nee hoor. Zo ben ik eens bij een demente mevrouw geweest die spoken zag in haar huis. Daar was ze bang van. Met een bezem heb ik ze toen het huis uitgejaagd. Dat vond zij leuk. Bij sommige mensen moet je engelengeduld hebben, maar vaak zijn de bezoeken ook gewoon mooi en soms heel intens.’
Met eens in de twee weken een bezoek van een paar uur aan een terminale demente man heeft hij het op dit moment rustig. ‘Het aantal aanvragen loopt terug en we hebben de laatste tijd veel nieuwe vrijwilligers gekregen. Die moeten ervaring opdoen, dus doe ik even een stapje terug. Maar één ding is zeker: ik blijf dit werk doen zo lang als ik kan.’

Terug naar vrijwilligers vertellen